Nekpijn

Pijnklachten in de nekregio komen veel voor in de westerse samenleving. Prevalentiecijfers van nekklachten variëren van 9,5 tot 35%, waarvan de meeste prevalentie cijfers zich tussen de 10 en 15% bevinden. (Borghouts, 2010). Per jaar bezoeken ongeveer 22 per 1000 geregistreerde patiënten de huisarts vanwege nekklachten. De fysiotherapeut wordt ook het meeste bezocht voor rugklachten, maar nekklachten staat op nummer twee.

De volgende punten kunnen aanwijzingen zijn voor een afwijkend beloop (Bekkering, 2010):

  • de klachten blijven gelijk of nemen toe;
  • het aantal rustmomenten op een dag nemen toe;
  • het gebruik van analgetica houdt aan of neemt toe;
  • activiteiten/participatie worden helemaal niet hervat;
  • patiënt vraagt nadrukkelijk om medisch-specialistisch onderzoek en behandeling.

Biopsychosociale factoren kunnen het afwijkende beloop veroorzaken en/of in stand
houden. Voorbeelden zijn een verminderde mobiliteit, verminderde spierkracht of een
verminderde coördinatie.

Nekpijn is geclassificeerd in drie categorieën, namelijk:

  • Acute pijn ( 6 weken of korter)
  • Subacute pijn (van 7 tot 12 weken)
  • Chronische pijn (13 weken of langer) (Hoving, 2010).