Hoofdpijn

Primaire hoofdpijn en cervicogene hoofdpijn

Onder primaire hoofdpijn vallen: migraine, spanningshoofdpijn en clusterhoofdpijn. Er is sprake van een primaire hoofdpijn als er geen
aanwijsbare onderliggende oorzaak voor het ontstaan van de hoofdpijn is gevonden.

Een secundaire hoofdpijn daarentegen ontstaat als gevolg van een onderliggende oorzaak. Cervicogene hoofdpijn valt onder deze categorie (IHS 2005).
Er zijn geen algemene ziekteverschijnselen zoals koorts of gewichtsverlies.

Migraine
Migraine wordt gekenmerkt door herhaalde aanvallen van matig tot heftige, unilateraal gelokaliseerde, bonzende en kloppende hoofdpijn. Hier komen ook bijverschijnselen zoals misselijkheid en/of braken, overgevoeligheid voor licht en/of geluid bij voor. Ook wordt de aanval erger bij lichamelijke activiteit. De duur van de aanvallen is 4 tot 72 uur (onbehandeld) en deze verhinderen dagelijkse activiteiten. Tussen de aanvallen door is de patiënt klachtenvrij. Migraine kan vooraf worden gegaan door een aura (Dowson e.a. 2002, Knuistingh 2004, NVN 2007).